Dear people of Beirut,

In het Loois collectief geheugen staat de Ramp van 1942 diep geprent. Kunst kan moed, kracht en hoop geven, uitdrukking geven aan gevoelens, en verbindt mensen over de grenzen van taal en land. Daarom de boodschap van onze voorzitter aan de mensen van Beirut.

Dear people of Beirut, Dear Artists,

More than a month ago your beautiful city was destroyed. 200 deaths? 300 000 people homeless? Billions of property damage? It was a headtopic on the news in our country but, a few days later the horrible images disappeared from our screen and the local news of the day took its own place again….. business as usual.

In 1942 – during World War II – our village Tessenderlo was also devastated due to a similar industrial disaster. A stock of 150 tonnes of ammonium nitrate exploded at the chemical plant of “Produits Chimiques de Tessenderloo” (today Tessenderlo Chemie) and killed 189 people. The factory was (and still is) located nearby  the center of our town and the schools.

Today, almost 80 years later, “De Ramp”  as we call it, is still alive among the inhabitants. In our village this disaster disrupted whole families and caused even more victims than World War II.

We are the artiste’collective of Tessenderlo, and wish you all a lot of courage. We hope that you can inspire the inhabitants of Beirut in the reconstruction of your magnificent capital.

We sympathize with your griefs.

Sincerely Yours,

Elisabeth De Ridder, Kunstkring Tessenderlo

Ramp in Tessenderlo, 1942.
Ramp in Tessenderlo, 1942.

Corona in het Casino

Luc VerheyenRia Bogaerts, Carine Laeveren, Luce Rutten, Magda Huygens, Elisabeth De Ridder, Paul van Appeven,  en Guido Massoels nemen deel aan de tweejaarlijkse kunstroute van Beringen.
De tentoonstelling in het Casino loopt van 13 september tot 4 oktober 2020.  Meer info : klik hier Kunstroute 2020 beringen DIGI.

Geniet van een Coronaproof cultureel uitstapje. Het wordt mooi weer!

Afscheid van Brantano

Met blote voeten loopt ze door het ijskoude gras. In haar handen het botervlootje met de kruimels van de vorige dag.  De kippen trappelen al achter het hek.  In de verte loeien de koeien smekend om water.

Ze heeft mooie Egyptische voeten.  De langste teen sluit mooi aan bij de tweede in rij.  De nagels in perfecte vorm, zonder schimmel.  Een klein randje eelt op de hiel.   Rond de enkels microscopische rimpeltjes waar soms het vuil in achterblijft als ze ’s avonds te moe is om haar voeten te weken in de plastic kom. Soms droomt ze van Mephisto en van voetmassages met dure zalven bij de pedicure. 

Ze rilt en plots herinnert zij zich hoe ze 40 jaar geleden haar rode schoenen wenend in de kachel stak. Ze waren al jaren uit de mode.  De zool begon te lossen en de schoenmaker kon er niets meer van maken.  Achteraan was de zool opmerkelijk dunner aan de buitenkant dan aan de binnenkant van de voet. Ze is rechtsvoetig en rechtshandig, maar dat doet er niet toe.

Hoe dikwijls had ze die schoenen zorgvuldig met de nestels* en de juiste kracht rond haar wreef gebonden?  Ondanks het zelden poetsen was het leder sterk en vettig en de kleur was mooi geëvolueerd : aan de tippen  bruin ;  aan de buitenkant nog mooi rood. 

Het zachte contrefort zorgde ervoor dat de schoen niet loskomt als de tenen de hiel omhoog duwen bij het stappen. Met haar vorige schoenen kreeg ze hardnekkige blaren aan de enkels.

Die rode schoenen waren compagnons geworden. Hondstrouw hadden ze haar gebracht naar onbereikbare plekken. Ze stond er stevig mee in het leven.

Het afscheid woog dan ook onverwacht zwaar;  de eerste echte oefening in afscheid nemen. Vanaf die dag was ze bewust van de vergankelijkheid der dingen en verloor ze haar lichtvoetigheid.

De aankoop van nieuwe schoenen stelde ze keer op keer uit.  En in de winkel maakte ze een vastberaden keuze om onmiddellijk daarna weer te wankelen. Was de nieuwe schoen niet te frivool, of juist te boertig ? De keuze was beperkt door het modieuze aanbod en voelde aan als een loterij.

Je vindt niet zomaar een nieuwe schoen, net zomin als je een verloren vriend op een-twee-drie vervangt.

In haar schoenenkast is in de loop der jaren meer plaats gekomen.  De deftige zwarte laarsjes doen het al 10 jaar.  Het paar is geschikt voor een huwelijksfeest èn een begrafenis. Ze knellen een beetje, maar dansen doet ze toch al lang niet meer. 

Aan dit alles denkt ze nadat ze afscheid heeft moeten nemen van een oude vriend.

Het heeft geen zin om urenlang aan te schuiven in de lange wachtrij voor de uitverkoop van het failliete Brantano.

Zo’n degelijke, lieve, rode schoenen als toen vind je niet meer.

23/8/2020

*veters

PS : Steek geen schoenen in de kachel ! Bij het verbranden komen giftige gassen vrij en een enorme hitte die uw kachel kan beschadigen!

Meer lezen? klik hier

Afscheid van Julien Hermans

Ter gelegenheid van het afscheid van onze belezen vriend, kameraad, partner in art, culturele duizendpoot, deel ik vandaag met jullie de inleiding die ik in 1991 schreef bij het werk van Julien.

“Een inleiding mag je niet te ernstig nemen : er wordt van mij verwacht dat ik je binnen leid in het huis van een kunstenaar.  Een huis – en dan vooral dat van een kunstenaar – heeft echter zoveel deuren en vensters – en wellicht was je liever door de achterdeur of langs het zoldervenstertje binnen gegaan….

Daarbij komt nog dat je een werk vanuit je gevoel, je intuïtie of met je verstand kan bekijken.  Ik ga een deurtje openen vanuit mijn gevoelige aard.

Toen ik 15 jaar geleden in Tessenderlo kwam wonen had ik de gewoonte nieuwe mensen te benoemen met een leesteken, een kleur of een plant…  Julien kreeg ook een naam.  Hij was voor mij de “pastelkleurige”.

En als ik toen “pastelkleurig” zei dan bedoelde ik eigenlijk dat ik hem geen schreeuwerige felle kleur wilde toekennen.

Achteraf – in de kunstkring – heb ik Julien leren kennen als een belezen, minzaam man met een genuanceerd inzicht, nieuwsgierig en ontvankelijk voor nieuwe opvattingen.  Ik zou zeggen ZACHT.  Bij Julien past echter ook het woord BEZETEN, een woord dat ik verbind met felle kleuren.  Bij hem worden deze felle kleuren echter bedekt met een transparant wit bovenlaagje van relativering en levenswijsheid.

Vandaar dus de “pastelkleurige”.

Vandaag laat Julien ons een stukje van die intens gekleurde “levendige” ondergrond zien.  Deze tekeningen, beelden en schilderijen zijn het resultaat van een passie.  De passie om toch maar een vonkje van LEVEN vast te houden.

Leven ?

Leven, dat zit voor Julien in kleine, vluchtige, karakteristieke details :

Leven zit in die speciale glimlach om iemands mond,

Leven zit in de unieke manier waarop iemand de handen over mekaar vouwt, in een snel gebaar; in een lichte buiging van de hals, in een zijdelingse blik – slechts één moment…

en dat moment vast te kunnen houden op papier of doek : dat is de passie van Julien.

Ik denk dat je het zeldzame geluk dat je overkomt bij het tot stand komen van een goed portret kunt vergelijken met de euforie van een kind dat plots kan fietsen of zwemmen.  Probeer je dat moment even terug in te denken, dan kan je Juliens passie voor modeltekenen begrijpen.

De meest spontane manier om te werken is met potlood of krijtje.  Julien heeft steeds papier en potlood bij de hand.  Resultaat is dan ook een enorme hoeveelheid tekeningen waarvan hier slechts een fractie te zien is.  De gevoeligste lijnen vind ik echter op zijn tekeningen gemaakt met pen of penseel; deze instrumenten reageren immers vlugger op druk en richting, en zijn dus geschikter om fijne en ook vluchtige gevoelsnuances weer te geven.  Het zijn werkelijk levendige tekeningen.  Ik raad je dan ook aan straks even in die bakken te snuffelen.

Er zijn ook beelden in klei.

In tegenstelling tot Juliens tekeningen zijn de beelden in klei niet op 1 2 3 klaar.  Het is een langzame methode : ontelbare malen wordt op- en neergekeken, ontelbare malen wordt het resultaat aan het model getoetst en geduldig wordt er telkens opnieuw verbeterd.  Door deze langdurige observatie wordt ruimtelijke informatie voorgoed in het onderbewustzijn opgeslagen.

De vaardigheid die zo verkregen wordt is essentieel om tijdens het modeltekenen spontaan en vlug de juiste richting en diepte te kunnen vastleggen.

Julien volgt dan ook afwisselend de langzame en de vlugge weg.

Zij vullen mekaar aan.

Schilderen daarentegen is voor Julien te vergelijken met een lastig kind :

Het vraagt meer aandacht – niets is vanzelfsprekend – en er moet voordurend onderhandeld en toegegeven worden; kortom, dit is een kind dat meer energie en tijd vraagt dan een ander.

De momenten van vreugde zijn dan ook niet zo talrijk en zijn misschien daardoor ook kostbaarder.

En dan kijk ik speciaal naar het schitterende portret met het cognacglas.

Als je die tekeningen en schilderijen bekijkt heb je de indruk – en die indruk is juist – dat ze vlug gemaakt werden.

Het gezegde “vlug gemaakt, snel bekeken” is hier echter niet van toepassing.  Als iemand mij zou vragen hoelang juist Julien aan een tekening of schilderij werkt, dan geef ik hem het antwoord dat Broeder Max in zijn tijd gaf en dat ook hier van toepassing is :

30 jaar en 5 minuten.

….

Julien, een jaar geleden vertelde je ons dat je graag ontslag nam als voorzitter van de plastische groep om de laatste 10 jaar van je leven ‘geruster’ te kunnen werken.

Wij weten dat je nog zoveel te doen hebt, heemkundige gegevens verzamelen, lezen, praten, tekenen, schilderen, je passie doorgeven in je lessen…

Denk je dat die laatste 9 jaar zullen volstaan?

Ik denk van niet.

Ik wens je in ieder geval nog veel succes.

Leen Jacobs, Molenhuis Tessenderlo, goede vrijdag 1991.”

Veel sterkte gewenst aan Josephine, Christiane, Marie-Claire en Inez en heel de familie.

Meer lezen over Julien? Klik op zijn ledenpagina of klik op zijn naam in de tagwolk.

portret Julien Hermans – Leen Jacobs 2011

Julien Hermans overleden

Beste leden van de Kunstkring en volgers van deze blog.

Het is met heel veel verdriet en pijn dat ik jullie moet melden dat Julien Hermans gisteren is overleden. De laatste jaren is Julien ziek geweest, maar tot voor kort voelde hij zich nog altijd zeer verbonden met ons. Zijn ogen lichtten op als hij vernam dat er een “renaissance” in de kunstkring op gang kwam. Het is een bevreemdend idee dat wij van deze integere man fysiek geen afscheid hebben kunnen nemen.

Luce Rutten heeft – bij zijn afscheid als voorzitter – Julien in bijzonder mooie woorden beschreven. Deze wil ik jullie hierbij nog eens terug laten herlezen.

Julien, we gaan je ongelooflijk hard missen. Nu zijn er veel tranen en verdriet ; maar voor al de kunst en kennis die je  met ons deelde ; en de jarenlange vriendschap…..  is er toch vooral die grote dankbaarheid.

Elisabeth De Ridder

Luce Rutten over Julien Hermans

Het zal in ’t Loois culturele leven
een aardverschuiving geven:
J.H. die naar het schijnt
van de frontlinie verdwijnt.

Julien een stap terug, hoe komt dat?
De tijd heeft op hem toch geen vat?
Al zijn wilde haren
wist hij te bewaren.
De jaren spoelden ze met zilvergrijs
zo oogt hij toch respectabel wijs.
Met zo’n souplesse van leden
beweegt hij door het heden
als bleef hij steeds 18 jaar.
Wij vragen ons af: waar, o waar
ontdekte hij die bron van eeuwige energie
en hoe, o hoe kreeg hij het onder de knie
om zijn omgeving steeds zo te charmeren
dat zelfs de alleronderlegdste der heren
het nakijken krijgt?

Julien zwijgt,
zet zijn Da Vinciglimlach op,
schudt relativerend zijn Einsteinkop,
slaat vief zijn Kamagurkabenen uit
en zijn fluwelen Pavarottitenor besluit:
“Laat ons gezellig nog eentje gaan drinken
om op de broederschap in de kunst te klinken.
Het vaandel uit handen, maar ik ben er nog hoor.
We hebben nu tijd en die nemen we ervoor.”

Da’s gesproken Julien, zo mogen wij het horen.
Als levenskunstenaar werd jij geboren,
blijf daarin jezelf en ons bekwamen
tot in alle eeuwen der eeuwen, amen.

Bosbessen en J. F. Kennedy

Bosbessen en J. F. Kennedy  – 19 juni 2020

Jacobskruiskruid

In juni 2019 had ik geen oog voor blad, bloem, beest of bes.

Tijdens de zomerzonnewende  van vorig jaar was ik te gast in Gasthuisberg voor een tweede kankeroperatie.  Geloof het of geloof het niet : ik werd geopereerd door een octopus die Da Vinci heet.  Sindsdien kijk ik met argwaan naar zijn anatomische tekeningen. Stel u voor dat de robot genoemd was naar Berlinde de Bruyckere!

In Gasthuisberg groeien geen bosbessen.

Lees verder

Is er een boktor in het bos?

Is er een boktor in het bos? – 29 mei 2020

Van quarantaine heb ik geen last.
Tessenderlo beschikt immers over twee prachtige losloopbossen : een kleiner voor de honden, en een heel groot voor mij.

Toch loopt het, zoals in het ware leven, nooit helemaal los.
Het is aandoenlijk hoe men probeert – via pictogrammen en geschreven woord – het loslopen onder controle te houden

Wandelaars met stappentellers moeten ook op hun tellen passen!

Lees verder

De specht en het mijnhout

De specht en het mijnhout – 28 mei 2020

Het leven kan soms rare sprongen maken.
Mijn overgrootouders trouwden in hun straat.
Mijn grootouders zochten een lief in hun dorp.
Mijn ouders konden al eens over de provinciegrenzen naar de kermis gaan. Mijn zus trouwde een Duitser, mijn schoonzus ging in zee met een Tiroler
Mijn dochter oefende zelfs met iemand uit een ander continent, maar ging tenslotte overstag met een echte Looienaar – nazaat van Den Ossekop en opgegroeid in de Peerdenposterij.
Mijn kleinkinderen hebben mooi Aziatisch bloed. Misschien  trouwen ze wel met een supermutant.
Als ik dat nog mocht meemaken !
(Zou dat wel mogen als ze hun communie niet gedaan hebben?)

Lees verder

Sus Vergif en de klankentapper

Sus Vergif en de klankentapper – 25 mei 2020

Komende vanuit het Liebroek komt ge via een boswegel uit op het bos van Sus Vergif.
Om bij Onze-Lieve-Vrouw van de zeven beuken te geraken moet ge een steil padje bergop. Onderweg bloeit vingerhoedskruid.
Terwijl de onderste hoedjes brutaal hun tong uitsteken, biedt het mij vriendelijk een hartversterkend middeltje aan.
(Ongemerkt heb ik de gewoonte aangenomen om naar de bloemen te luisteren, ze aan te moedigen of desgevallend terecht te wijzen)

Lees verder